Manuele therapie

Manuele therapie is een vorm van onderzoek en behandeling van functiestoornissen van gewrichten, waarbij na analyse van het bewegingsapparaat, getracht wordt door het uitvoeren van specifieke mobilisaties en manipulaties aan botstukken, veranderde gewrichtsfuncties in de gewrichten te optimaliseren". De moderne manuele therapie heeft zich in Nederland sterk ontwikkeld.
Deze is ontstaan uit internationale therapeutische systemen, waarbij vooral de osteopathie (A - T. Still 1829 - 1919) en de chiropraxie (D. D. Palmer 1844 - 1913) als belangrijkste voorlopers van de hedendaagse diagnostiek en behandelingen hebben gediend. Door toename van de kennis van het menselijke bewegingssysteem, zowel nationaal als internationaal, is de manuele therapie continu in ontwikkeling. De diagnostiek en de daaruit voortvloeiende behandeling worden hierdoor optimaal en voortdurend aan de modernste stand van de wetenschap aangepast.

Indicatie
De indicatie is een stoornis in het bewegingsapparaat die zich uit in bijv. pijnklachten. Hierbij staat centraal de wervelkolom (hoofd, hals, borst, lendenen, bekken). De voornaamste klachten zijn pijn en/of beperkt bewegen en kunnen het gevolg zijn van een diversiteit van oorzaken.

Behandeling
Het is gebruikelijk voorafgaande aan een manueel therapeutisch consult de huisarts of specialist te raadplegen. Het manueeltherapeutisch onderzoek bestaat uit een oriënterend gesprek en een uitgebreid lichamelijk onderzoek. Het doel hiervan is om de functiestoornissen, waaruit de klachten zijn ontstaan c.q de klachten die het gevolg zijn van functiestoornissen, te analyseren.
Als na onderzoek blijkt dat aanvullende diagnostiek (zoals röntgen, laboratorium enz.) wenselijk is, wordt contact opgenomen met de arts. Indien na onderzoek blijkt dat behandeling zinvol is, wordt in overleg met de patiënt het behandelplan vastgesteld. De behandeling kan bestaan uit:

  1. Specifieke handgrepen uitgevoerd met zachte druk of trek aan botstukken van gewrichten in de gehele bewegingsketen, waarin tijdens het onderzoek de stoornis werd vastgesteld.
  2. Soms wordt gebruik gemaakt van gedoseerde impulstechnieken, waarbij een 'knappend' of "krakend" geluid wordt waargenomen.
  3. In voorkomende gevallen worden door de patiënt specifieke bewegingen uitgevoerd op aanwijzing van de therapeut om de herwonnen beweeglijkheid te behouden en/of te verbeteren.

Na afloop van elke behandeling wordt het resultaat beoordeeld. Indien nodig wordt de behandeling bijgesteld.